Implantologie

Inleiding

Patiënten die reeds geruime tijd tandenloos zijn ondervinden in de loop van de tijd een aantal ongemakken
Veel terugkerende klachten zijn pijnlijke geïrriteerde mondhoeken, geïrriteerd tandvlees, spraakbelemmering, verminderd kauwvermogen, maag – en spijsverteringsproblemen. Een belangrijk aspect is ook het verlaagde zelfbeeld. Mensen die tandenloos zijn krijgen een sterk verouderd uiterlijk wat zijn inpact heeft op het psychologisch goed voelen. De functionele problemen komen hoofdzakelijk doordat het kaakbot langzaam slinkt waardoor het gebit na verloop van tijd telkens weer zijn pasvorm verliest en los komt te zitten. Steeds weer terugkerende correcties zijn hierdoor noodzakelijk of dagelijks gepruts met kleefpasta`s.

Kleine ingreep

Gelukkig is er de laatste jaren veel veranderd en volgen de nieuwe technische mogelijkheden elkaar snel op. Vroeger was het plaatsen van implantaten nog een vrij stevige ingreep maar vandaag de dag stelt het vrij weinig voor. In 1 bezoek van ca. 60 minuten worden de implantaten in de kaak geplaatst. Twee tot drie maanden later ( ondertussen kan de huidige gebitsprothese gewoon worden gedragen ) wordt het kunstgebit er vast op geklikt. Het gevolg is dat het kauwvermogen weer terug is en het slinken van de kaak is voor een groot deel gestopt of vertraagd.

Wat zijn implantaten?

Implantaten zijn kunstwortels die geplaatst worden op plaatsen waar geen tand of kies meer aanwezig is. Op de kunstwortel wordt dan een kroon geplaatst
De implantologie is een snel evolueerde techniek in de tandheelkunde. Nu kunnen implantaten zelfs virtueel worden geplaatst via speciaal ontworpen computersoftware.

 

Een implantaat kunt u vergelijken met een kunstwortel die ingeschroefd wordt op de plaats van de tand of kies die is verloren gegaan. Over het algemeen zijn implantaten gemaakt van titanium en hebben ze de vorm van een schroef (zie bovenstaande afbeelding)
Titanium is heel biocompatibel, dat wil zeggen dat het lichaam het niet afstoot, waardoor het bot er direct tegen aan kan groeien. Dit proces wordt osseointegratie genoemd. Bij vele implantaten is het titanium oppervlak bewerkt wat de botgroei rondom het implantaat versnelt en waardoor deze na de inheling ook vaster in het bot zal zitten. Tegenwoordig helen de implantaten in +/- 95% van de gevallen succesvol in, bij o.a. botherstel operaties, rokers, patiënten met parodontitis en diabeten liggen deze percentages wat lager.
Implantaten zijn in verschillende doorsneden en lengtes verkrijgbaar. De lengte en doorsnede van het implantaat zal gekozen worden aan de hand van de hoeveelheid beschikbaar bot, maar tevens zal de diameter afhangen van het te vervangen gebitselement. Een ondersnijtand zal met een smal implantaat vervangen moeten worden en een kies zal idealiter met een breder implantaat vervangen worden. Mocht de breedte van de kaakwal niet voldoende zijn dan bestaan er nog mogelijkheden om deze te verbreden. Over het algemeen hebben de implantaten een doorsnede tussen de 3 en 6 mm en de lengten variëren ongeveer tussen de 7 en 15 mm.

Is er voldoende (gezond) kaakbot?

Wanneer een tand of kies wordt getrokken, zal het kaakbot gaan slinken. De kaak wordt smaller, maar ook lager. Implantaten moeten mede afhankelijk van de botkwaliteit en de hoeveelheid krachten die ze te verduren gaan krijgen, een minimale lengte hebben. De bothoogte is afhankelijk van de grootte van de kaak maar andere zaken zoals o.a. zenuwen of kaakbijholtes kunnen de hoogte ook beperken. In het geval van te weinig hoogte kan er nog een procedure worden uitgevoerd waarbij de kaakbijholte wordt opgevuld met bot (sinus-lift)
Het schroefdeel van het implantaat moet volledig in het kaakbot geplaatst worden en in geslonken kaken kan dat niet altijd. De kaak is dan meestal aan de wangzijde te smal geworden waardoor het implantaat daar niet volledig bedekt is met bot. De parodontoloog kan dan (ook tegelijkertijd) een botherstel operatie uitvoeren om dit trachten op te lossen (Guided Bone Regeneration).